Waar willen we dat de Nederlandse agrofoodsector in 2040 staat? 

In 2040 produceert de landbouwsector in Nederland voedsel en duurzame producten in evenwicht met de omgeving. Het productievolume is afgenomen, het verdienvermogen toegenomen. De Nederlandse landbouw produceert binnen de overeengekomen milieugrenzen, vervult zijn aandeel in de klimaatopgave en levert een substantiële bijdrage aan de kwaliteit van natuur en landschap in het landelijk gebied. Ofwel: de landbouw levert een grote bijdrage aan de brede welvaart in Nederland. De kosten en baten van die maatschappelijke diensten worden verrekend in de productprijzen (true value) en deels duurzaam door de overheid betaald, zoals vergoedingen voor diensten als water- en natuurbeheer (groenblauwe diensten).


Op weg naar 2040 levert Rabobank als financier een actieve bijdrage aan deze transitie. Bij de kredietverstrekking is duurzaamheid een belangrijk beoordelingscriterium. Bij kredietwaardige agrarische ondernemers (werkzaam in de landbouw, tuinbouw en foodsector) met voldoende potentie om te verduurzamen kunnen financiële instrumenten van de bank gericht worden ingezet voor de transitie naar duurzaamheid. Rabobank heeft hiervoor een financieringspakket van 3 miljard euro ter beschikking gesteld. Dit betreft instrumenten zoals rentekortingen, aflossingsvrije perioden, ruimere financieringen en financieringsperioden.


Ook de andere ketenpartijen en de overheid hebben hun beleid en instrumenten veel sterker gericht op verduurzaming. Rabobank voorziet dat sturen op duurzaamheid in veel sectoren (indirect) leidt tot een daling van het productievolume dat binnen de milieugrenzen kan worden behaald en daarmee ook een krimp van de veestapel in Nederland betekent.

          

Waar staat de sector nu?

De Nederlandse agrofoodsector is van strategisch belang voor de Nederlandse samenleving: mede dankzij de agrofoodsector scoort ons land goed op de brede welvaartsindicator. Dat komt door de positieve effecten op gezondheid, inkomen, baanzekerheid, wonen, welzijn en sociale relaties op het platteland. Daarmee is de agrofoodsector niet alleen van betekenis voor de economie, maar levert zij ook een bijdrage aan onze brede welvaart. In de visie van Rabobank legitimeert die bijdrage het bestaansrecht van de landbouw, tuinbouw en foodsector in Nederland. De afgelopen jaren is die bijdrage onder druk komen te staan. De sector overschrijdt de grenzen van zijn milieugebruiksruimte: de uitstoot die er binnen een bepaald gebied mag plaatsvinden in verhouding tot de fysieke ruimte voor (agrarische productie). Het gaat dan om de uitstoot van broeikasgassen, ammoniak, fijnstof en de uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast liggen er forse opgaven op het gebied van bodem, water, biodiversiteit, landschap en dierenwelzijn. Een structurele transitie naar een duurzame productie is daarom onontkoombaar.


Onderzoek landbouwtransitie

De krimpende milieugebruiksruimte vraagt verdere aanpassingen van de land- en tuinbouw. De sector legt vanwege de aard van haar activiteiten een relatief groot beslag op de milieugebruiksruimte en dat is niet altijd te vermijden. Lees ons onderzoek.


Rabobank wil in haar rol als financier verduurzaming actief ondersteunen

Als coöperatieve en maatschappelijk betrokken bank wil Rabobank de transitie in Nederland graag mede vormgeven. Daarbij is het essentieel dat er perspectief is en blijft voor de agrarische ondernemer én natuur: verduurzaming betekent ook dat agrarische ondernemers voldoende kunnen blijven verdienen met hun bedrijf. Aan de noodzakelijke transitie is voor Rabobank dan ook een solide verdienmodel voor agrarische ondernemers verbonden. In deze visie kijkt Rabobank in haar rol als financier vooruit, maakt zij keuzes en zet zij stappen voor de lange termijn. We schetsen 4 scenario's en geven aan langs welk scenario de agrofoodsector zich het beste kan ontwikkelen richting een duurzame sector die inspeelt op de huidige uitdagingen op het gebied van klimaat en natuur (waaronder bodem, water en biodiversiteit).


Andere partijen

Voor de realisatie van onze visie is ook de inzet van andere partijen nodig: overheden, consumenten keten- en kennispartners en uiteraard de agrarische ondernemers zelf. Want één ding is duidelijk: alleen bij samenwerking van alle partijen kan een duurzame en vitale Nederlandse agrofoodsector in 2040 succesvol worden gerealiseerd.