Ruw- en afbouwbedrijven vergroten hun weerbaarheid door minder afhankelijk te worden van nieuwbouw en zich met vakmanschap, betrouwbaarheid en specialisatie te onderscheiden in renovatie, onderhoud en verduurzaming.
De ruw- en afbouw blijft relatief gevoelig voor schommelingen in de bouwproductie, maar profiteert van groeiende vraag naar renovatie, onderhoud en verduurzaming van bestaande gebouwen.
Diversificatie naar onderhoud, renovatie en verduurzaming kan de afhankelijkheid van nieuwbouw verkleinen. Tegelijk kent deze deelsector relatief veel zelfstandigen en kleinere mkb-bedrijven. Voor hen is het vaak lastig om actief te zijn in een breed spectrum van werkzaamheden én alle benodigde kennis, certificeringen en regelgeving bij te houden. Juist daarom kan specialisatie een vorm van weerbaarheid zijn. Bedrijven die uitblinken in een specifiek vakgebied, efficiënt werken en een sterke reputatie hebben opgebouwd binnen hun niche, zijn vaak beter in staat om in een veranderende markt hun positie vast te houden. Voor veel bedrijven in de ruw- en afbouw ligt het concurrentievoordeel daarom meer in vakmanschap, betrouwbaarheid en operationele excellentie.
> Burgerlijke en utiliteitsbouw
> Grond-, Weg- en Waterbouw
> Installatiebranche
> Hoofdstuk 1 | Weerbaarheid in bouw en vastgoed