Cijfers zijn onmisbaar in de vastgoedsector. Ze helpen ons onderscheid te maken tussen gebouwen, prestaties te monitoren, risico’s in te schatten en beleid te onderbouwen. Maar zoals in de voorgaande hoofdstukken is besproken zijn cijfers niet neutraal, niet altijd volledig en soms zelfs bewust of onbewust misleidend. Meten is weten? Die centrale vraag verdient daarom een genuanceerd antwoord.
Ja, meten is weten. Maar alleen zolang we begrijpen wat we meten, hoe we meten en wat we níet meten. Cijfers zijn hulpmiddelen, geen waarheden. Ze kunnen richting geven, maar mogen nooit het gezonde verstand vervangen. Een verstandige omgang met cijfers vraagt om een combinatie van kwantitatieve én kwalitatieve inzichten. Data-analyse, aangevuld met visie, context, ervaring, en professionele intuïtie.
We voeren zeker geen pleidooi om cijfers overboord te gooien, of alleen nog te handelen op basis van de onderbuik. Integendeel, want data worden alleen maar belangrijker. Ons pleidooi is wel om ruimte te laten voor twijfel en onzekerheid. Niet alles wat in een exact getal is uit te drukken is daarmee ook waardevol. En niet alles hoeft in een getal te passen om van waarde te zijn. Zeker bij complexe thema’s als duurzaamheid, sociale impact en leefomgeving is het essentieel om ook niet-meetbare aspecten mee te nemen in de besluitvorming. Als je daar toch op zou willen sturen, kun je beter denken aan te doorlopen processtappen (ongeacht de uitkomst) of keurmerken, dan aan het in cijfers uitdrukken van uitkomsten.
Het doel wordt vaak vastgelegd in meetbare indicatoren, zoals een energielabel, een puntenscore of een CO₂-reductie. De onderliggende bedoeling raakt echter aan veel bredere waarden en ambities: een duurzame leefomgeving, betaalbare woningen, een rechtvaardige samenleving. In de praktijk zien we dat het meetbare doel soms de eigenlijke bedoeling verdringt. Wat meetbaar is, wordt leidend. En wat niet in cijfers te vangen is, verdwijnt uit beeld. Daarom is het cruciaal om steeds opnieuw te vragen: dienen onze cijfers nog de bedoeling? Of zijn we ergens onderweg het kompas kwijtgeraakt?
De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) verwoordt dit principe treffend in haar rapport ‘Met falen en opstaan’. De Raad stelt: “In plaats van de vraag welke waarden we belangrijk vinden, steggelen we […] over feiten.” Die observatie raakt de kern. Als we te veel focussen op cijfers, verliezen we soms het grotere plaatje uit het oog oftewel de waarden en doelen die we eigenlijk willen nastreven. Daarom is het belangrijk om niet alleen te meten wat we kunnen meten, maar ook in gesprek te blijven over wat we belangrijk vinden, over onze waarden, zelfs als dat (nog) niet in cijfers is uit te drukken.
Voor ons betekent dit: blijven investeren in datakwaliteit en meetmethoden, maar ook ruimte houden voor reflectie, dialoog en gezond verstand. Alleen dan kunnen we cijfers op waarde schatten en toepassen zoals ze bedoeld zijn: als kompas, niet als kader.
> Hoofdstuk 2 | Macroperspectief
> Hoofdstuk 4 | Commercieel vastgoedmarkt