De ruw- en afbouwsector wordt gedragen door een groot aantal zzp’ers en kleine MKB-bedrijven die flexibel inspelen op de groeiende particuliere vraag naar verbouw en verduurzaming. Ondanks de dip in nieuwbouwproductie weten zij hun positie te versterken door maatwerk, vakmanschap en een sterke binding met de klant.

Sterke particuliere vraag

Als nieuwbouw in de B&U-sector terugloopt, heeft dat invloed op ruw- en afbouwbedrijven. Dat is precies wat we in 2024 en 2025 zien gebeuren. Onderhoud en renovatie konden de terugval in de nieuwbouwproductie niet compenseren. Gelukkig hebben ruw- en afbouwbedrijven ook particuliere woningbezitters als klant. Particulieren investeren de laatste jaren veel in de verbouw en verduurzaming van hun pand. We zagen al tijdens de uitbraak van het coronavirus dat mensen meer tijd hadden en behoefte kregen aan aanpassingen in huis, zoals een goede thuiswerkplek. Maar ook de wens, en gedeeltelijk de plicht, om te verduurzamen of te investeren in het levensloopbestendig maken van woningen doet deze sector goed.


Mensen boeien en binden

Deze branche kent een hoog aandeel zzp’ers en kleine MKB-bedrijven. Het aantal in- en uitschrijvingen van bedrijven bij de Kamer van Koophandel is groot. Per saldo is er sinds 2019 een stevige groei in aantal werkzame personen te zien: ongeveer 17.000 fte. Net als de hele bouwsector, zoekt ook deze tak jonge aanwas. Een goede beloning helpt mensen over de streep trekken, maar ook arbeidsomstandigheden worden steeds belangrijker. Het werk is vaak fysiek belastend. Een positieve ontwikkeling is dat veel werkgevers de werkomstandigheden verbeteren bij kou, regen en hitte door te investeren in goede beschermingsmiddelen.


Nieuwbouwdip trekt wissel

Het omzetverlies door woningnieuwbouw kunnen af- en ruwbouwbedrijven grotendeels compenseren door de aanhoudende vraag vanuit de particuliere markt. Herstel- en verbouwwerkzaakheden laten al meerdere jaren een groei zien. Maar de toegenomen drukte zorgt wel voor meer prijsconcurrentie. Vooral sterk gespecialiseerde bedrijven kunnen daardoor in de problemen raken omdat zij geen uitwijkmogelijkheden hebben.

In theorie zou een stap naar utiliteitsbouw logisch zijn om de concurrentie in de woningbouw te ontlopen. Alleen valt de productie in de utiliteit in 2024 en 2025 tegen en is ook de verwachting voor 2026 niet positief. Ook blijkt utiliteitsbouw toch echt een andere tak van sport dan onderhoud en renovatie van woningen.


We concluderen dat ruw- en afbouwbedrijven minder makkelijk kunnen overstappen naar andere deelsectoren of werkzaamheden. Als de productie in bepaalde segmenten daalt, kan dit in deze sector leiden tot meer faillissementen. Maar vooralsnog is het aantal bedrijven dat failliet gaat in deze sector heel laag en vergelijkbaar met vorig jaar.

P00041783



Lees meer over de verwachtingen in de andere deelmarkten:


> Burgerlijke en utiliteitsbouw
> Grond-, Weg- en Waterbouw
> Installatiebranche

Of ga naar:


> Hoofdstuk 1 | Inleiding Bouw- en Vastgoedbericht 2025 - Is meten wel weten?

> Hoofdstuk 2 | Macroperspectief

> Hoofdstuk 4 | Commercieel Vastgoedmarkt